Ministerie van VWS, namens het kabinet

Edith Schippers

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Meer informatie: www.minvws.nl

6 vragen aan minister Edith Schippers

1. Wat kan de Generatie 2028 nu al doen om bij te dragen aan de Olympische ambities van Nederland?
“De Olympische generatie is voor het merendeel natuurlijk nog te jong om daaraan bewust te kunnen bijdragen. Maar de ouders van deze generatie – mensen zoals ikzelf, mijn dochter is zes – kunnen wel veel doen. In de eind vorig jaar verschenen publicatie ‘Wisseling van de wacht: generaties in Nederland’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), staat dat kinderen vaker sporten als een van beide of beide ouders dat ook doen.

In 2007 sportte 87 procent van de kinderen met twee sportende ouders, tegenover 61 procent van de kinderen met niet-sportende ouders. Het SCP concludeert dan ook dat het sportgedrag van ouders grote invloed heeft op het sportgedrag van kinderen.

Als we een Olympische generatie willen, zullen wijzelf het goede voorbeeld moeten geven. Als het even kan, ga ik in het weekend een uurtje hardlopen. En ik tennis ook regelmatig. Ik wil het echt ook mogelijk maken dat iedereen, jong en oud, makkelijk in zijn eigen buurt kan sporten en bewegen.”

2. Wat zijn voor uw ministerie de prioriteiten de komende jaren?
“Mijn ambitie voor de komende jaren is dat iedereen in Nederland die dat wil op een veilige manier kan sporten en bewegen in zijn of haar eigen buurt, of dit nou in de stad is of op het platteland. Zo ontstaat er in Nederland een sportieve maar ook een gezonde samenleving.

Daarnaast blijft het kabinet ook de topsportambities ondersteunen. Wat ik ook erg belangrijk vind is de aandacht voor het economisch belang van sport zoals de mogelijkheden die sport biedt voor branding, toerisme en de regionale economie.

Daarnaast omarmt het kabinet de Olympische ambitie van Nederland en het streven om de Olympische en Paralympische Spelen 2028 naar Nederland te halen. Ik zeg daarbij wel dat ik een eventuele kandidatuur met een zakelijke blik bekijk. Ik heb ook een verantwoordelijkheid richting de belastingbetaler.”

3. U heeft recentelijk de Beleidsbrief Sport verstuurd. Het bevorderen van sport en bewegen in de buurt staat hierin centraal. En de landelijke nota Gezondheidsbeleid staat in het teken van ‘Gezondheid dichtbij’. Wat is de kern van de aanpak om met name jongeren meer te laten sporten?
“Het uitgangspunt van dit kabinet is dat gezondheid iets is van de Nederlander zelf, volwassenen maken hierin hun eigen keuzes. Dit kunnen we alleen niet verwachten van de jeugd. Daarom willen we de jeugd toerusten om, zeker op latere leeftijd, zelf ook deze verantwoordelijkheid te kunnen nemen.

De inzet van dit kabinet is om de gezonde keuze ook de makkelijke en aantrekkelijke keuze te laten zijn. Het gaat dan om het omgaan met voeding, alcoholgebruik, roken maar zeker ook over sporten en bewegen. Sporten en bewegen zijn van grote waarde in iedere levensfase, vooral voor de jeugd. Maar nog lang niet alle jongeren voldoen momenteel aan de beweegnorm.

Daarnaast heeft één op de zeven kinderen geen gezond gewicht en zijn de motorische vaardigheden van kinderen de laatste twee decennia aanzienlijk verslechterd. Dit kabinet zet in op meer vraaggericht sport- en beweegaanbod in de buurt. Door aan te sluiten bij de interesses van de jeugd, worden sporten en bewegen in de buurt aantrekkelijker voor een grotere groep jongeren. Hiervoor is het nodig dat er meer samenwerking en partnership ontstaat.

Andere sport- en beweegaanbieders zoals de fitnessbranche en dansscholen, onderwijs, kinderopvang, welzijn, zorg, woningcorporaties, het bedrijfsleven en organisaties als de Cruyff Foundation en Krajicek Foundation kunnen hier een belangrijke rol spelen.”

4. Uit de beleidsbrief: “Ook het huidige kabinet is van mening dat het Olympisch Plan van grote waarde kan zijn voor de samenleving.” Wat zijn volgens u de grootste bijdragen die het Olympisch Plan kan leveren aan de samenleving?
“De waarde zit hem in het willen organiseren van een evenement van wereldklasse. Het tonen van ambitie en karakter. Het op de kaart zetten van ons land en ook een bijdrage willen leveren aan de wereldgemeenschap. Het produceren van een cadeau voor de wereld.

Het geeft ons de mogelijkheid om als land na te denken hoe wij ons willen presenteren en hoe we onze natuurlijke en culturele schoonheden in de etalage zetten en onze innovatieve, economische potentie benutten. En hoe kan je dat beter doen dan via Sport. Sport verbindt en verbroedert. Sport is emotie en haalt het beste bij mensen boven. Maar het is niet vrijblijvend.

Het Olympisch Plan behelst veel acties om via de kracht van sport de Nederlandse samenleving van dienst te zijn en te verbeteren. Met zo’n brede maatschappelijke Alliantie om dit Plan verder te brengen hebben we goud in handen om deze doelen gezamenlijk te realiseren.”

5. De media berichtten dat VWS voortaan meer kijkt naar de economische voordelen voor het toelaten van bijvoorbeeld een EK of een WK in Nederland. Daarnaast zal gekeken worden of dergelijke evenementen ook burgers prikkelen om te gaan sporten. Kunt u dit uitleggen?
“Bij de organisatie van sportevenementen gaat het natuurlijk in eerste instantie om de wedstrijd(en). Maar ze staan ook midden in de samenleving. Bij de jongste FBK Games in Hengelo was het hoogspringen en het kogelstoten niet alleen in de het atletiekstadion te zien, maar ook in de binnenstad. Jong en oud werd uitgedaagd om het op te nemen tegen een virtuele topatleet.

Als rolmodel kunnen atleten als geen ander u en mij enthousiast maken om zelf meer te gaan bewegen en te sporten. Een heel ander voorbeeld: Hoe heeft Drenthe zich in 2009 op de kaart gezet met de start van de Vuelta? Al weken voor de start gonsde het van de activiteiten in deze provincie. Naast de mogelijkheid dat gehandicapten renners konden ontmoeten, stapten zo’n 10.000 mensen op de eerste dag van deze ronde zelf op de fiets voor hun tocht door Drenthe. Daarnaast volgden nog eens zo’n 40.000 mensen de proloog op het TT-circuit in Assen. Die deelnemers/bezoekers kwamen uit het hele land en verbleven een of meerdere nachten in hotels, pensions en campings. Zoiets stimuleert de lokale en regionale economie enorm. Sowieso hecht ik aan de economische betekenis van sport.

Topsport biedt het bedrijfsleven een prachtig podium om Nederlandse producten en diensten te promoten. Ook neemt de verkoop en innovatieve ontwikkeling van sport- en verwante producten erdoor toe. Van een topsportevenement is dus zoveel meer te maken dan de organisatie van wedstrijden alleen. Door verschillende aspecten, zoals duurzaamheid, vrijwilligerswerk en de lokale economie bij elkaar te brengen, ontstaat een momentum waar iedereen iets aan kan hebben; er beter van wordt.

Tot slot is het natuurlijk niet zo dat VWS gaat beoordelen of een EK of WK wordt toegelaten in Nederland. De internationale federatie wijst een evenement toe aan een nationale bond. VWS gaat bij het subsidiëren de bijdrage van evenementen aan de economische en maatschappelijke doelen als voorwaarde stellen.”

6. Wanneer bent u tevreden? Met andere woorden: Welke resultaten wilt u op sportgebied over een paar jaar gerealiseerd hebben?
“Als Nederland letterlijk en figuurlijk in beweging is. Zowel het actieplan ‘Naar een veiliger sportklimaat’ als de Beleidsbrief Sport heb ik recentelijk aan de Tweede Kamer verstuurd. Hierin heb ik duidelijke accenten gelegd in het sport- en beweegbeleid voor de komende kabinetsperiode.

Dit kunnen we als Ministerie van VWS niet alleen. Samen met partners wil ik de komende tijd werken aan het opstellen en uitvoeren van programma’s die gericht zijn op de prioriteiten die ik eerder benoemde. Ik ben tevreden als tegen 2016 blijkt dat we er met z’n allen in zijn geslaagd sporten en bewegen in Nederland op Olympisch niveau te brengen, dat dit bijdraagt aan een gezonde leefstijl van de bevolking en er een stevig maatschappelijk draagvlak is voor de volgende fase van het Olympisch Plan, het uitwerken van een Hollands bid.”


Olympisch vuur is aangestoken door