VNO-NCW, mede namens MKB Nederland
Bernard WientjesVoorzitter ondernemingsorganisatie VNO-NCWMeer informatie: www.vno-ncw.nl |
“Het organiseren van Spelen past bij ons open, internationale karakter”
Het is niet gewaagd om te stellen dat de Olympische ambities onhaalbaar zijn zonder de steun van het bedrijfsleven. Daarom is het van groot belang dat de voorzitter van VNO-NCW, Bernard Wientjes, als vertegenwoordiger van zo’n 115.000 ondernemingen in Nederland, een warm pleitbezorger is van het Olympisch Plan 2028. Hij wil de ambitie om de Spelen in 2028 te organiseren expliciet als doel benoemen: “Focus brengt dynamiek, geeft energie.”
Gevraagd naar zijn toekomstbeeld, hoe Nederland er in 2028 uit ziet en welke vormen van bedrijfsleven dominant zullen, antwoordt Wientjes, lid van de Council Olympisch Plan 2028 spontaan: “Geen flauw idee. Als ik zeventien jaar geleden het jaar 2011 had moeten voorspellen, dan had ik er totaal naast gezeten. Toen was er nog geen internet, om maar eens een doorbraak die zijn weerga niet kent te noemen. Het was ondenkbaar om te voorspellen wat er qua economische ontwikkelingen in China is gebeurd. Ik kan natuurlijk wel aangeven wat ik graag zou willen dat er gebeurt. We, het kabinet en de ondernemers, zijn bezig om in Nederland te komen tot een ‘topsectorenbeleid’. Er zijn naast een sterk financiële basis negen sectoren aangewezen die gelden als toekomstige, internationaal krachtige sectoren voor Nederland. Dan praat je onder meer over Voedsel, Creatieve Industrie, Logistiek, Water en Life Sciences. De komende tijd worden de businessplannen voor deze sectoren ontwikkeld. We gaan er vanuit dat het kabinet in het najaar daar zijn plannen op baseert. Het streven is dat Nederland ook op de lange termijn tot de sterkste economieën ter wereld zal behoren.”
Welke van deze sectoren zijn voor de sport het meest interessant?
“Als je kijkt naar Life Sciences, met name de biotechnologie, dan gebeurt er op dit moment heel veel op het vlak van het verbeteren van de kwaliteit van leven. Het gaat daarbij om zorg, ouder worden, en uiteraard staat dit in direct verband met sport en bewegen. In de Agrifood wordt gekeken naar modern voedsel, naar goed voedsel en dat hangt nauw samen met een gezonde leefstijl.”
Hoe zorgen we ervoor dat de Olympische waarden in het onderwijs worden geïntegreerd? Hoe brengen we het Nederlands onderwijs op Olympisch niveau?
“Als je een topsector wilt zijn, dan is het een minimumvoorwaarde dat je in die sector beschikt over onderwijs op topniveau. Zowel op academisch, hbo- en mbo-niveau. Wij vinden onder meer dat de universiteiten zich moeten specialiseren, met name in de masterfase. Ik heb veel liever dat er één of twee universiteiten zijn die op het gebied van chemie aan de top staan (zodat je tophoogleraren en studenten uit het buitenland kunt aantrekken), dan acht middelmatige chemieopleidingen. Hier ligt een duidelijke link met sport: ga voor winnaars! Maak keuzes en zorg dat die keuzes leiden tot topprestaties. Stop met de verdelende rechtvaardigheid.”
Hoe kunnen werkgevers het belang van sport en bewegen en een actieve leefstijl bevorderen?
“Daar wordt al ontzettend veel aan gedaan, ook vanuit VNO-NCW. We zijn sterk betrokken bij de discussie over het beperken van overgewicht. Maar de bedrijven, vooral de mensen die er werken, moeten het zélf doen. Ik weet uit eigen ervaring dat sportvoorzieningen die door een werkgever worden aangeboden, vooral gebruikt worden door de mensen die toch al aan sport doen. De mensen die je eigenlijk wilt bereiken onttrekken zich eraan! Het is echt noodzakelijk dat we veranderen. We zijn daar met verschillende partijen over in gesprek. Met de Olympische Spelen van 2028 als concrete doelstelling kun je de aandacht voor sport en bewegen, en dus gezond leven, enorm vergroten.”
U bent er dus voorstander van de ambitie de Spelen in 2028 te organiseren, expliciet als doel te benoemen?
“Ja, al vind ik ook dat je moet incalculeren dat je het niet redt. Maar het verleden leert ons dat het hebben van focus een enorme stimulans is voor de economie. Vandaar ons topsectorenbeleid. Focus brengt dynamiek, geeft energie. Zoals wij in 2020 willen behoren tot de vijf beste economieën ter wereld, zo kun je de Olympische ambitie van 2028 combineren met een aantal concrete doelen, zoals gezond leven en een goede infrastructuur. Er wordt nu al gewerkt aan de verbetering van het wegennet. Dat is ook het goede van het Olympisch Plan: dat we ons inspannen voor zaken
die per definitie goed zijn voor ons land.”
Gelooft u in een positief economisch rendement bij het organiseren van grote sportevenementen? Daar is wel eens discussie over. “Er zijn genoeg positieve voorbeelden te noemen. De investeringen op het gebied van infrastructuur hebben een langetermijneffect. Ik denk dat de horeca, transport, logistiek, de vervoersbedrijven, een groot direct belang hebben bij het binnenhalen van de Spelen. Maar de maatschappij in zijn geheel is er ook bij gebaat, kijk naar de enorme opleving die Barcelona en Catalonië hebben doorgemaakt sinds 1992. Bovendien is Nederland historisch gezien altijd heel
goed geweest in het ontvangen van gasten. Nederland was en is een smeltkroes, met een open, internationaal karakter. Het organiseren van de Spelen past bij Nederland, dat altijd in het midden van de wereld heeft gestaan.”
Had er al niet lang een keuze moeten worden gemaakt tussen Amsterdam en Rotterdam als organiserende stad?
“Laat ik het scherp formuleren: als we het Olympisch Plan kapot willen maken, dan moeten de steden nu vooral ruzie maken. Ik heb dat ook tegen een aantal betrokkenen gezegd: ‘We hoeven nog lang geen keuze te maken. Maak een plan waarin betrokkenheid van alle grote steden heel groot is.’ Het gaat om het doel. Ik denk wel dat je, als je internationaal wilt scoren, moet kiezen voor Amsterdam. Als ik bijvoorbeeld in China ben, wordt Rotterdam genoemd als de grote haven van Amsterdam. Amsterdam is vaak bekender dan Nederland, heel opvallend.”
Wat kan VNO-NCW concreet doen bij het realiseren van de ambities uit het Olympisch Plan?
“Wij zijn de brug naar onze leden, wij praten met ondernemingen in heel Nederland. We laten van ons horen in de media. Vanuit het belang van het Olympisch Plan voor ondernemend Nederland zijn wij bij uitstek de organisatie
om dit belang naar voren te brengen.”
Hoe groot is de animo van uw leden?
“Kijk, Nederlanders hebben vaak een negatieve kijk op de zaak. Het glas is vaak halfleeg. In alle eerlijkheid denk ik dat het heel veel moeite zal kosten om iedereen op voorhand enthousiast te krijgen. Dat is niet des Nederlanders, we zijn een kritisch volkje. Er zal heus nog wel een tweede Saar Boerlage [politica die zich verzette tegen de kandidatuur voor de Olympische Spelen in Amsterdam in 1992, red.] opstaan. We moeten ervoor zorgen dat het populisme er niet toe leidt dat alleen maar wordt geroepen: ‘Dit gaat veel geld kosten.’ We moeten met zijn allen uitdragen dat er een nog een hele hoop moet gebeuren, met als insteek: we gaan ervoor! En daar zullen wij, als VNONCW, vanuit onze kracht aan bijdragen.”

